Nieuwsticker

Jongeren met beperkingen die deelnemen aan geïntegreerde sportactiviteiten kunnen zich zo ook verzekeren van deelname aan het maatschappelijke leven.  Nochtans blijken de meeste sportactiviteiten die jongerenorganisaties en scholen organiseren gescheiden activiteiten te zijn of bedoeld te zijn voor groepen personen die weliswaar tot de gemeenschap toetreden maar die er als individuen nooit echt in geïntegreerd raken.

Jongeren met beperkingen sporten gemiddeld maar half zo vaak op regelmatige basis als jongeren zonder beperkingen (SENMAGAZINE, UK).  Daarnaast werd vastgesteld dat jongeren met beperkingen minder fit zijn en meer kans hebben op overgewicht dan hun valide leeftijdsgenoten. Stereotypering, de houding die men tegenover hen aanneemt, de veronderstellingen en percepties kunnen samen leiden tot een soort stigma rond mensen met beperkingen.  Dat deze groep daardoor belemmerd wordt in het beoefenen van sport kan ervoor zorgen dat mensen met beperkingen een minderwaardig zelfbeeld gaan krijgen.

Obstakels die ertoe kunnen leiden dat jongeren met beperkingen zelden aan lichaamsbeweging doen of sport beoefenen zijn onder andere: ontoereikende lichamelijke opvoeding in scholen en jeugdorganisaties; slechte ervaringen op school; lage verwachtingen van leerkrachten sport en lichamelijke opvoeding, van familieleden en leeftijdsgenoten; gebrekkige kennis van de bestaande mogelijkheden; gebrek aan informatie en expertise; slechte openbare faciliteiten en gebrekkige toegang tot de bestaande faciliteiten; gebrek aan of kwalitatief minder goede ad hoc structuren en werkwijzen; gebrek aan ervaring met de positieve effecten van lichaamsbeweging; weinig ervaren stafmedewerkers en gebrek aan toegankelijke faciliteiten; onvoldoende begeleiders die personen met beperkingen waar en wanneer nodig kunnen begeleiden en helpen om naar de bestaande faciliteiten te gaan en aan de aangeboden programma’s deel te nemen; onaangepaste begeleiding.

Wellicht vormt een attitudeprobleem nog de grootste hindernis die jongeren met beperkingen ervan weerhoudt te gaan deelnemen aan sportactiviteiten en sportorganisaties.  Meer bepaald betreft het de houding die (zorg)verstrekkers, familieleden en het grote publiek aannemen wanneer ze ervan uitgaan dat gaan sporten of bij een sportorganisatie aansluiten onmogelijk is of alvast niet de moeite loont.

Uit studies blijkt verder heel duidelijk dat bij personen met beperkingen het al dan niet deelnemen aan sportactiviteiten op school of in jongerenorganisaties (als de jongeren met beperkingen daar dan al deel van zouden uitmaken) volgens een patroon verloopt dat grotendeels afhangt van het type beperking en van de benodigde hulp.  Vanzelfsprekend zijn alle personen die in grote mate hulpbehoevend zijn ook in grote mate beperkt in hun deelnamemogelijkheden.  Wanneer men op zoek gaat naar sluitende antwoorden en oplossingen, dient men dus eerst tot een goed inzicht te komen van de omstandigheden waarmee de persoon in kwestie dagdagelijks te maken heeft.

Zo worden ongeveer twee derden van de jongeren met beperkingen als dusdanig geboren (hun handicap is een zogenaamde aangeboren afwijking) terwijl één derde van de jongeren door één of ander trauma een beperking oplopen.  De manier waarop deze twee groepen het leven ervaren is alleen daardoor al heel verschillend.

Obstakels voor leerkrachten breedtesport

Almaar meer schoolplichtige jongeren met een beperking lopen school in het gewone onderwijs en /of maken deel uit van jongerenorganisaties.  Deze situatie zorgt ervoor dat een groeiend aantal trainers en leerkrachten lichamelijke opvoeding tegelijkertijd les moeten geven aan valide en aan andersvalide jongeren.  Vaak hebben deze trainers en leerkrachten niet de nodige kennis om inclusieve sportactiviteiten te organiseren.  Het is precies rond dit probleem dat het ST4ALL project draait.  Het heeft ons ertoe aangezet het consortium op te richten en het voorstel voor te bereiden.

Positieve aspecten van sporten voor jongeren (met beperkingen)

Sport beoefenen zorgt voor een gezond zelfbeeld, het versterkt het zelfvertrouwen en heeft een gunstig effect op de algemene levenskwaliteit.  Bij het sporten krijgen jongeren met beperkingen de kans om waardevolle sociale interacties aan te gaan, zowel met andere gehandicapte personen als met valide leeftijdgenoten.

Als de bestaande obstakels zouden verdwijnen, zouden de personen die deze drempels moeilijk kunnen overschrijden hetzij vaker gaan sporten, hetzij beginnen te sporten aangezien deelnemen aan sportactiviteiten hen in het verleden precies omwille van deze obstakels afschrikte. De voordelen die jongeren met beperkingen uit zulke (aangepaste) sportactiviteiten zouden kunnen halen, zijn de volgende:

  • sociale en culturele voordelen en wel heel in het bijzonder voor die categorie van jongeren die niet of heel weinig hulpbehoevend zijn.
  • de jongeren die in hoge mate hulpbehoevend zijn, halen de meest idiosyncratische voordelen uit hun deelname aan sport en actieve vrijetijdsbesteding met name opwinding en avontuur.
  • personen die zich inzetten voor sociale activiteiten en actief burgerschap voelen zich meestal meer betrokken bij de gemeenschap en kunnen over het algemeen bogen op een betere levenskwaliteit.
  • het betrekken van jongeren met beperkingen bij breedtesporten heeft daarnaast ook een direct en niet te onderschatten therapeutisch aspect omdat de deelnemers hun lichaamskracht en conditie verbeteren, een groter zelfvertrouwen krijgen, meer zelfrespect voelen en ook zelfbewuster worden; het helpt personen bij het overwinnen van hindernissen, het bereiken van doelstellingen en het aanleren van levensvaardigheden; verder zorgt het ook voor een oppepper van formaat voor het moreel en de geestdrift van de deelnemers.

Uit studies blijkt ook dat aangepaste sporten verscheidene weldadige effecten hebben zoals:

  • een vermindering van het stressniveau;
  • een toename van de zelfredzaamheid;
  • een hogere succesratio in opleiding en tewerkstelling;
  • een verminderde afhankelijkheid van pijnstillers en antidepressiva;
  • een vermindering van het risico op secundaire ziekten (zoals diabetes, hoge bloeddruk).

Behoefte aan opleiding op het vlak van inclusieve breedtesportactiviteiten en lichamelijke opvoeding op school en in jongerenorganisaties.

Dat jongeren met een handicap in het buitengewoon onderwijs of in inclusieve (gewone) scholen en jongerenorganisaties de gelegenheid krijgen om mee te sporten is van het allergrootste belang.  Het zal de volgende generaties alleen maar ten goede komen.  Iedereen die met personen met een beperking werkt, heeft nood aan een specifieke opleiding zodat hij of zij in functie van de noden van de gehandicapte personen relevante en therapeutisch te rechtvaardigen sportactiviteiten kunnen aanbieden.  Dit is voornamelijk het geval voor sporttrainers op scholen voor buitengewoon onderwijs of voor inclusieve scholen en jongerenorganisaties zoals we hierboven al beschreven.

Nu jongeren met beperkingen almaar vaker een plaatsje krijgen in het gewone onderwijs en ook steeds vaker deel gaan uitmaken van jongerenorganisaties, is een dergelijke opleiding van de trainers van essentieel belang geworden.  Zulke opleiding zorgt er immers voor dat deze jongeren volop voordeel halen uit het sporten en dat ze ook beter bij onze samenleving betrokken raken.

Start: 1 januari 2018

Duurtijd: 30 maanden

By continuing to use the site, you agree to the use of cookies. more information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close